AB InBev krijgt boete van 200 miljoen

AB InBev krijgt boete van 200 miljoen

De Europese Commissie heeft AB InBev een boete van 200 miljoen euro opgelegd, omdat de brouwerijgroep zijn dominante positie op de Belgische biermarkt misbruikte en consumenten in België tussen 2009 en 2016 te hoge prijzen liet betalen voor Jupiler.

 

40% marktaandeel

Naar omzet heeft Jupiler een marktaandeel van liefst 40% in België, maar in Nederland en Frankrijk is dat aandeel veel kleiner en AB InBev hanteert er dan ook lagere prijzen. Op zich is dat niet verboden, zolang het vrij verkeer van goederen niet in het gedrang komt. Belgische retailers moeten met andere woorden in staat zijn om (goedkoper) bier vanuit Nederland of Frankrijk in te voeren.

 

Juist op dat vlak ging AB InBev in de fout, oordeelt nu de Commissie. "De Belgische consument moest meer betalen voor zijn favoriete bier omdat AB InBev een bewuste strategie hanteerde om grensoverschrijdende verkoop tussen Nederland en België te beperken", zegt Margrethe Vestager, de Europees commissaris voor mededingingsbeleid.

 

Tweetalige etiketten

AB Inbev voorzag voor Nederland en Frankrijk onder meer speciale, ééntalige etiketten. Op die manier verhinderde de bierreus de invoer van dat bier in België, waar tweetalige etikettering verplicht is. Verder beperkte de brouwer ook de leveringen aan buitenlandse groothandels, zodat er minder bier terug naar België werd geëxporteerd. Nederlandse handelaars die die de export van goedkoper bier naar België niet wilden beperken, kregen geen bier meer van AB InBev. Een supermarktketen die zowel vestigingen in Nederland als in België heeft, kreeg korting op voorwaarde dat die korting niet ten goede kwam aan Belgische klanten.

 

AB InBev heeft de inbreuken intussen erkend en beloofde maatregelen nemen. Omdat de brouwer de feiten toegeeft, valt de boete wat lager uit dan verwacht en komt nu op 200 miljoen euro. Het bedrijf legde eerder al een provisie aan van 230 miljoen dollar (200 miljoen euro).

 

'Tevreden, maar nog niet genoeg'

Dominique Michel van handelsfederatie Comeos juicht de beslissing van de Commissie toe, maar beklemtoont dat het geen alleenstaand geval is: "Het is niet enkel voor bier zo. Ook voor andere internationale merkproducten kunnen Belgische handelaars zich niet bevoorraden in landen waar die producten goedkoper zijn wat uiteindelijk leidt tot hogere prijzen voor de consumenten. De volgende Europese Commissie moet ervoor zorgen dat handelaars, net zoals consumenten, in het land van hun keuze kunnen aankopen."

 

Ook EuroCommerce reageert positief en noemt het "een erg welgekomen resultaat van een kwestie die we al jarenlang als een probleem hebben opgeworpen." De Europese handelaarsvereniging roept net als Comeos op tot verdere actie: "Door allerhande 'Territorial Supply Constraints' kunnen retailers en groothandelaars vaak niet op één centrale locatie inkopen en hun goederen dan via hun netwerken van de ene EU-lidstaat naar de andere vervoeren." Dat zorgt voor de organisatie ook voor oneerlijke concurrentie, want "handelaars kunnen vaak niet het hele gamma van een producent aanbieden, terwijl de producent zelf wel dat gamma direct aan de klant kan verkopen via het internet."