Meer buurtsupermarkten de hele dag open op zondag?

Meer buurtsupermarkten de hele dag open op zondag?

Buurtwinkels met meer dan vijf medewerkers moeten op zondag de hele dag open kunnen blijven, vindt het NSZ. De zelfstandigenvereniging pleit ervoor om de personeelslimiet op te trekken naar tien. Maar dat is minder evident dan het klinkt, zegt Unizo.

 

“Jammer dat buurtsupers om 12u moeten sluiten”

“De huidige wetgeving voldoet niet langer”, vindt het Neutraal Syndicaat voor de Zelfstandigen (NSZ) over de regel dat alleen buurtwinkels met maximaal vijf personeelsleden op zondag de hele dag open mogen zijn. Superettes met meer dan vijf medewerkers mogen hun medewerkers enkel in de voormiddag inzetten. 

 

Die personeelslimiet voor buurtwinkels moet op zondag opgetrokken worden van vijf naar tien, meent het NSZ. “Buurtwinkels zijn geen kleine kruideniers meer die slechts één of twee mensen tewerkstellen. Ze zijn uitgegroeid tot kleine KMO’s die zorgen voor veel tewerkstelling. Dan is het toch bijzonder jammer dat zij al op de middag moeten sluiten,” zegt Christine Mattheeuws van de zelfstandigenorganisatie aan Vtm Nieuws. Buurtwinkels worden inderdaad steeds populairder: hun marktaandeel lag in 2017 voor het eerst boven de 30% volgens cijfers van Nielsen en in 2016 steeg hun aantal met 4%.

 

“Enkel rendabel aan dezelfde loonvoorwaarden”

Buurtsuper.be en Unizo reageren daarentegen erg terughoudend op het voorstel. “Nu al kunnen ook grotere zelfstandige supermarkten tot zondagmiddag 12 uur open blijven en personeel tewerkstellen. Is het dan nog nodig dat ze ook op zondagnamiddag open kunnen blijven?" aldus Luc Ardies, directeur van Buurtsuper.be. “Zitten de betrokken winkeliers, hun klanten en het personeel daar echt op te wachten?”, klinkt het. Maar vooral: "Een zondagnamiddagopening kan voor de zelfstandige supermarkten enkel rendabel zijn als die aan dezelfde loonvoorwaarden kan als voor de zondagvoormiddagopening."

 

Als grotere zelfstandige supermarkten immers effectief in de namiddag willen openen, moet de sociale wetgeving worden aangepast. Die bevoegdheid ligt bij de Minister van Werk en de paritaire comités, die sociale akkoorden over de arbeids- en loonvoorwaarden sluiten tussen werkgevers en werknemers. Nog een heel werk dus.