Wereldgezondheidsorganisatie pleit voor suikertaks

Wereldgezondheidsorganisatie pleit voor suikertaks

Het obesitasprobleem bij kinderen kan niet worden opgelost door vrijwillige inspanningen van de voedingssector alleen, stelt de Wereldgezondheidsorganisatie. Taxatie en marketingrestricties zijn noodzakelijk. 

 

Te veel energie, te weinig voedingsstoffen

In een nieuw rapport getiteld “Ending Childhood Obesity”, dat vorige week werd gepubliceerd, dringt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) er bij de voedingsindustrie op aan om gezondere voeding en dranken te produceren. Volgens de organisatie leven kinderen vandaag in een omgeving die obesitas bevordert, doordat ze voortdurend geconfronteerd worden met goedkope en makkelijk verkrijgbare industriële voedingsproducten die te veel energie en te weinig voedingsstoffen bevatten.


Hoewel het rapport erkent dat de voedingssector vrijwillige inspanningen doet, stelt het dat ook de overheid moet ingrijpen, bijvoorbeeld met taxatie en marketingrestricties. De vermelding van voedingswaarden en verkeerslichtetiketten op de verpakking volstaat niet om consumentengedrag te veranderen. Een gestandaardiseerd systeem van voedingsetikettering zou wel kunnen bijdragen tot een betere voedingsvoorlichting, als het verplicht wordt voor alle verpakte voedingswaren en dranken. 

 

Kinderen beschermen tegen de kracht van marketing

De organisatie ziet voldoende argumenten voor de invoering van een effectieve taks op suikerhoudende dranken. Fiscale ingrepen hoeven niet beperkt te blijven tot frisdranken, maar kunnen ook toegepast worden op andere ongezonde voedingswaren die rijk zijn aan vet en suiker. 


Het rapport benadrukt ook het belang van voedingseducatie. Op school zou de verkoop van ongezonde producten verboden moeten worden. En elke poging om obesitas bij kinderen een halt toe te roepen, is tot mislukken gedoemd als kinderen niet worden beschermd tegen de kracht van marketing. 


De Wereldgezondheidsorganisatie wil echter niet pleiten voor eenzijdig opgelegde maatregelen, wel voor een constructieve samenwerking tussen overheden en de privésector. Het rapport wordt in mei ter discussie voorgelegd aan de lidstaten. Wordt ongetwijfeld vervolgd…