Alibaba slaat Richemont aan de haak als luxepartner

Een etalage van Cartier

Het Zwitserse luxeconcern Richemont gaat via een joint venture met Alibaba zijn producten ook aanbieden op de boomende Chinese markt. Dochteronderneming Yoox Net-a-porter krijgt zo toegang tot een miljard consumenten, Alibaba van zijn kant geniet van de luxueuze uitstraling van de Zwitsers.

 

Middenklasse koopt online

Richemont wil zo extra mee profiteren van de enorme Chinese markt, en met name de exploderende vraag naar luxe via e-commerce. Waar vroeger de allerrijkste Chinezen zichzelf overlaadden met luxe tijdens trips naar Europa, ligt het zwaartepunt nu steeds meer bij de middenklasse die zichzelf steeds meer luxueuze artikels kan permitteren - maar dan zonder die lange reizen. Luxe heeft Richemont alvast genoeg, als eigenaar van onder andere Cartier, Piaget en Montblanc. 

 

Daarbij valt niet te ontkomen aan een samenwerking met Alibaba of concurrent JD.com: die zijn namelijk alomtegenwoordig op het Chinese internet met allerhande platformen en apps. "Geen enkel luxebedrijf ter wereld kan op dat vlak concurreren met Alibaba", zei Richemont-topman Johann Rupert daarover: "We hebben gewoon de middelen daar niet voor", ondanks de overname van het gespecialiseerde Yoox Net-a-porter eerder dit jaar.

 

Uitstraling voor Alibaba

Alibaba zorgt voor de technologische kant van de samenwerking met twee aparte apps: eentje voor de algemene modewinkel Net-a-porter en eentje voor mannenmerk Mr Porter. Het conglomeraat wil zo wat extra cachet geven aan zijn luxeaanbod via Luxury Pavillion, en vooral het gelijkaardige Toplife van aartsrivaal JD.com de wind uit de zeilen nemen. 

 

Voor Alibaba, dat 49% van de joint venture in handen gaat krijgen, is luxe nog steeds een wortel voor de neus: heel wat producenten van luxegoederen weigeren nog steeds op het Chinese platform te verkopen uit angst voor namaak. Daar heeft de Richemont-baas alvast geen schrik voor: hij noemt de inspanningen die Alibaba op dat vlak al heeft gedaan alvast voldoende om uit te gaan van een "laag risico op vervalsingen".