Italiaanse politie sluit sweatshop, legt link met modereuzen

Een handtas van Fendi, een van de genoemde merken

In Napels is een man gearresteerd die tientallen illegalen tewerk stelde in een fabriek die mogelijk lederwaren maakte voor enkele van de grootste Europese luxemerken. Zijn bedrijf, Moreno, zou volgens de onderzoekers schoenen en handtassen maken voor merken als Armani, Fendi (LVMH) en Saint Laurent (Kering). 

 

Ontvoering en illegale tewerkstelling

De man, Vincenzo Capezzuto, is onder huisarrest geplaatst en wordt volgens zijn advocaat beschuldigd van illegale tewerkstelling en ontvoering. Agenten vonden een vijftigtal werknemers, waaronder een zwangere vrouw en enkele tieners, die verstopt waren tussen leer en stapels schoenen - "om ervoor te zorgen dat de fabriek niet gesloten zou worden", beweert de advocaat. Hij ontkent alle beschuldigingen van ontvoering en zegt dat zijn cliënt integendeel het slachtoffer is van de grote merken, die de Napolitaanse voorstad Melito zouden behandelen als een soort China "wegens de lage kosten en afwezigheid van werknemersrechten". 

 

Volgens Reuters weegt het toenemende gebruik van illegalen in sweatshops op het prestigieuze "Made in Italy"-label. Modehuizen zouden volgens de site hun eigen regels qua arbeidsomstandigheden niet kunnen opleggen aan bedrijfjes als dat van Capezzuto, omdat "de productieketen te lang is en eigenlijke leveranciers onderaannemers gebruiken zonder dat de modehuizen ervan weten". 

 

Wereldwijd is de luxesector dit jaar zowat 275 miljard euro waard, hebben consultants Bain&Co voorgerekend. Drie reuzen uit de sector - Armani, Kering en LVMH - zijn in deze affaire genoemd: de eerste zei dat Moreno niet tot zijn leveranciers of bekende onderaannemers behoort, terwijl Saint Laurent (deel van Kering) zegt de zaak te onderzoeken omdat het geen connectie met het Napolitaanse bedrijf heeft. LVMH-merk Fendi wou bij Reuters niet reageren.