"Nederlandse kledingbedrijven liggen niet wakker van Bangladesh"

"Nederlandse kledingbedrijven liggen niet wakker van Bangladesh"

Ruim honderd dagen nadat in Bangladesh 1.129 mensen het leven lieten toen een groot kledingatelier bij de Bengaalse hoofdstad Dhaka instortte, hebben nog altijd maar acht van de ruim honderd Nederlandse modebedrijven die kleding laten produceren in Bangladesh het wereldwijde Accord on Fire and Building Safety ondertekend.

Slechts 8 op 100

Er zijn ten minste honderd Nederlandse bedrijven die kleding laten produceren in Bangladesh, zegt directeur Jef Wintermans van Modint, een brancheorganisatie die naar eigen zeggen 80% van de kledingketens vertegenwoordigt die actief zijn in Nederland, in de krant NRC.

 

Van die 100 hebben er echter slechts 8 het fameuze veiligheidscharter ondertekend dat tot stand kwam na de  zoveelste dodelijke ramp eerder dit jaar. Het gaat om de van oorsprong Nederlandse ketens Hema, Zeeman, G-Star, V&D, C&A en WE, evenals om de buitenlandse leden van de brancheorganisatie Bestseller (bekend van Jack&Jones, Vero Moda, Only) en s. Oliver.


De woordvoerder van minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) liet alvast weten dat ze bedrijven heeft opgeroepen het akkoord te ondertekenen en dat ze dat zal blijven doen.

 

Bijna 60 miljoen euro schadevergoeding

Intussen meldt de internationale vakbond IndustriALL dat het "hoog tijd is om de schadevergoedingen te betalen". Die worden voorlopig geraamd op 54 miljoen euro voor de Rana Plaza-ramp en op nog eens 4,3 miljoen euro voor de Tazreen-brand.

 

Op 11 en 12 augustus organiseert de vakbond daartoe grote betogingen in Dhaka.

Tags: