Ondanks een wat kalmer vierde kwartaal is het totale aantal passanten in de Nederlandse centrumgebieden vorig jaar gestegen in vergelijking met een jaar eerder. Bij de grotere steden presteerden Den Haag, Leiden en Maastricht sterk, terwijl Rotterdam terugviel.
Beeld blijft positief
In veel Nederlandse centrumgebieden was het in het vierde kwartaal van 2025 iets rustiger dan een jaar eerder. Dit vertaalt zich in een daling van 2,8% in bezoekersdrukte ten opzichte van het vierde kwartaal van 2024. Daarmee keert het beeld om ten opzichte van vorig jaar, toen er in het vierde kwartaal juist nog sprake was van een stijging tijdens de feestdagen.
De verschillen in het vierde kwartaal zijn groot en worden bepaald door kleinere gemeenten. Omdat het absolute aantal passanten hier lager ligt, kunnen seizoensinvloeden, feestdagen of lokale activiteiten sneller zichtbaar worden in de procentuele cijfers. Bij de grotere steden springen Rotterdam en Utrecht eruit met een gemiddelde daling van circa -10% in het vierde kwartaal. Dat blijkt uit de Nationale Bezoekers Index, een initiatief van Resono en Argaleo.
Over heel 2025 gemeten blijft het beeld positief: het totale aantal passanten in Nederlandse centrumgebieden ligt 2,69% hoger in 2025 ten opzichte van 2024. De grootste stijgers over het volledige jaar zijn Voorhout, Nieuwerkerk aan den IJssel en Oegstgeest. Bij de grotere steden voeren Den Haag, Leiden en Maastricht de lijst aan als grootste stijgers. De grootste dalers over heel 2025 zijn Helmond, Rheden en IJsselstein. Bij de grotere steden noteert Rotterdam over het jaar gemeten de sterkste afname.


